Het vruchteloze austeriteitsdebat

Twee studies - een paper van Veronique de Rugy en Alberto Alesina en een nota van Gert Peersman van de Gentse universiteit - bevestigen dat "austerity" niet steeds een negatieve impact hoeft te hebben op de economische groei. Indien "austerity" beperkt blijft tot een verhoging van de belastingen dan hebben de tegenstanders - zoals Paul Krugman en Paul De Grauwe - overschot van gelijk. De impact van een belastingverhoging is immers dubbel negatief: de staat drukt het overheidstekort en dus is er geen publieke stimulus, maar omdat tegelijk geld wordt weggezogen uit de private sector, verminderen tegelijk ook de uitgaven van burgers en bedrijven. Er wordt bijgevolg minder geconsumeerd en geïnvesteerd.

Het effect van echte besparingen aan de uitgavenzijde is meer ambigu. Ten eerste kan de overheid ervoor opteren om via besparingen ruimte te creëren om de belastingen te verlagen. Op die manier kan van besparingen een stimulerend effect uitgaan. En ten tweede kunnen de besparingen zo worden ingevuld zodat een eventuele negatieve impact op de private uitgaven beperkt of zelfs verwaarloosbaar zijn. Besparen op overheidsinvesteringen is wellicht geen goed idee, maar het verminderen van aantal ambtenaren heeft wellicht geen enkele negatieve impact op de private economische activiteit. Zeker indien echte overheidsbesparingen gepaard gaan met structurele maatregelen bvb. om de concurrentiekracht van het bedrijfsleven te verhogen, is er geen enkele reden om "austerity" te verwerpen, aldus de Rugy en Alesina.

Het punt van Peersman - die daarin overigens wordt bijgevallen door de critici, gelukkig maar - is dat de situatie verschilt van land tot land. Er is geen "one size fits all". Voor sommige landen is besparingen, zelfs in de zin van de Rugy en Alesina, wellicht uit den boze (voorlopig althans). Voor andere landen is "austerity" daarentegen een must. België - met zijn hoge overheidsschuld en zijn grote vergrijzingskosten - is daarvan een goed voorbeeld. Voor landen als België kan men inderdaad aannemen dat besparingen een gunstige impact hebben op de rentevoet van overheidsobligaties, zodat de staat minder aan interest dient te betalen. Een daling van de rentevoeten heeft bovendien een positieve impact op de economische activiteit.  

Bovendien moet men ook rekening houden met wat andere actoren doen, met name de centrale bank en onze voornaamste handelspartners. Zo voerde de ECB de voorbije jaren een onconventioneel maar expansief geldbeleid. Goedkoop geld heeft wellicht geleid tot meer economische groei. En aangezien de Belgische economie een open economie is, is ook de export van groot belang. Als de economie in onze belangrijkste handelspartners groeit, zal ook onze export toenemen en wordt een eventuele negatieve impact van te veel "austerity" teniet gedaan.

Maatregelen om de concurrentiekracht te verbeteren dragen daar uiteraard ook toe bij. Vandaar het belang van structurele maatregelen, waar ook Peersman de nadruk op legt:

Een zeer belangrijke determinant van schommelingen in de conjunctuurcyclus sinds het uitbreken van de financiële crisis is economische onzekerheid. Indien de Europese CISS risicoindicator 1 standaard afwijking boven zijn gemiddelde trend stijgt, dan daalt het Belgische BBP met 0,25%. Een beleid dat erin slaagt om de onzekerheid te reduceren kan bijgevolg een serieuze boost in de economische activiteit veroorzaken. Voorbeelden zijn meer politieke en sociale stabiliteit, het aanpakken van de overheidsfinanciën op lange termijn, het stabiliseren van de bankensector en het geven van duidelijke signalen waar het fiscale systeem op termijn naartoe zal gaan.

Het belang van economische onzekerheid kan moeilijk worden overschat. Zo heeft Robert Higgs overtuigend aangetoond dat "regime uncertainty" de voornaamste oorzaak is geweest van de lange duur van de Grote Depressie. Als we dit niet opnieuw willen meemaken, lijkt het dan ook essentieel om dit punt niet te laten ondersneeuwen door al het gekissebis rond "austerity".