De oude gewaden worden door links opnieuw gedragen

In een post op de liberarische blog Econlog vraag Bryan Caplan zich af waarom er geen alliantie is tussen progressieven en libertariërs. Ze hebben immers op een aantal vlakken - immigatie, oorlog (tegen terreur of drugs) - gelijkaadige ideeën. Toch zit zo'n alliantie er helemaal niet in. Volgens Caplan is het antwoord op die vraag redelijk simpel: links is niet zozeer voor het bestrijden van armoede of inkomensongelijkheid of voor het verdedigen van de rechten van minderheden. Links is in de eerste plaats contra de vrije markt. Wat meteen ook de afkeer van libertariërs voor links verklaart, zelfs al delen die libertariërs linkse doelen zoals minder armoede of bescherming van minderheden.

Case in point: GroenLinks leider Jesse Klaver. Klaver kant zich tegen wat hij "economisme" noemt, wat eigenlijk een codetaal is voor de vrije markt. Te veel marktwerking is voor Klaver uit den boze, zelfs al is die sociaal en ecologisch gecorrigeerd. Zo wil Klaver niet weten van een negatieve inkomstenbelasting om mensen met een laag inkomen fiscaal tegemoet te komen. Dergelijk teruggave van belastinggeld is namelijk té marktconform. De markt wordt weliswaar sociaal gecorrigeerd, maar bepaalt nog steeds het loon van werknemers via de wetten van vraag en aanbod. En dat is voor Klaver niet fair. De markt mag de lonen niet vaststellen, zeker niet aan de onderkant van arbeidsmarkt. De overheid moet dat doen, bijvoorbeeld via een minimumloon. Dat een minimumloon zijn doel voorbij schiet en de kans op werkloosheid precies voor werknemers aan de onderkant verhoogt, is voor Klaver geen punt.

In onderstaand filmpje probeert Klaver eerst nog te ontkennen dat een minimumloon negatief kan uitdraaien voor de mensen die het net wil helpen. Geconfronteerd met de empische bewijsvoering, verandert Klaver het geweer vervolgens van schouder. Zelfs als dat het geval zou zijn, dan nog moet het minimumloon behouden blijven en eigenlijk nog worden verhoogd (het debat over het minimumloon begint rond minuut 14):

Nogmaals: dat zo'n verhoging van een minimumloon niet doelmatig is, is voor Klaver van geen tel. Voor hem telt: het minimumloon mag niet bepaald worden door de markt. Dat moet gebeuren door de overheid. Alleen dan is het fair.

Dit is een ouderwets socialistisch standpunt. Na de val van de Berlijnse Muur en het communisme, probeerde de sociaal-democratie zichzelf heruit te vinden. De markt werd omarmd (al dan niet oprecht), maar die markt moest dan wel sociaal en ecologisch gecorrigeerd zijn. Een sociaal-democraat die deze visie oprecht beleed was toenmalig SP-voorzitter en latere Europees Commissaris voor de concurrentie Karel Van Miert. Van Miert was één van de weinige progressieven die de doelstelling belangrijker vond dat het middel.

Dergelijke progressieven bestaan vrijwel niet meer. De anit-marktretoriek voert opnieuw het hoge woord ter linkerzijde. Mensen als Karel Van Miert hadden de oude socialistische gewaden afgelegd. Politici als Klaver heeft ze opnieuw aangedaan. Electoraal leidt dat ongetwijfeld tot succes. Of de mensen zelf er beter van worden, is echter nog maar de vraag.

PS: Interessante studie over de negatieve effecten van het minimumloon in Seattle. Verplichte lectuur voor Jesse Klaver.