De oorlog tegen (verzadigde) vetten.

Ettelijke decennia reeds wordt ons door de overheid en de medische wereld letterlijk op het hart gedrukt om de consumptie van vetten, en dan met name verzadigde vetten, zo veel als mogelijk te beperken. Consumptie van deze vetten leidt immers tot een stijging van het cholestorolgehalte in het bloed, zo gaat het verhaal. En te veel cholestorol leidt vervolgens tot hart- en vaatziekten. Producten die veel verzadigde vetten bevatten zijn onder andere (rood) vlees, eieren, kaas en boter. Het gebruik van deze producten moest dan ook zo veel als mogelijk worden beperkt. De actieve voedingsdriehoek bijvoorbeeld adviseert ons om de consumptie van vlees te beperken tot maximaal 100 gram per dag. Eieren en boter behoren tot de restcategorie, helemaal aan de top van de driehoek. Een drietal eieren per week is toegelaten, meer niet. En in plaats van boter wordt aangeraden om margarine te gebruiken omdat margarine vooral polyonverzadigde vetten bevatten.  

Er zijn een aantal problemen met dit advies. Om te beginnen is het aandeel van verzadigde vetten in ons voedingspatroon afgenomen. We consumeren almaar minder vlees, eieren en boter. Maar intussen is obesitas een ware epidemie geworden en neemt het aantal hart- en vaatziekten, het aantal gevallen van diabetes en van andere ziekten die jarenlang in verband werd gebracht met het eten van verzadigde vetten verder toe.
Ten tweede is er in al die jaren nooit enig onomstotelijk wetenschappelijk bewijs gevonden dat verzadigde vetten schadelijk zijn voor de gezondheid. Integendeel, Zoe Harcombe heeft aangetoond dat een hoger gehalte aan cholestorol (als gevolg van consumptie van verzadigde vetten) gecorreleerd is met minder in plaats van meer hart- en vaatziekten.
Last but not least zijn we producten met veel verzadigde vetten gaan vervangen door producten die wel schadelijk zijn voor de gezondheid. Zo is de consumptie van gerafffineerde suiker, van glucose-fructose siroop, van graanproducten, van polyonverzadigde omega-6-vetten en van transvetten spectaculair gestegen. Het is daarbij belangrijk te onderstrepen dat al deze ongezonde ingrediënten niet zo'n prominente plaats in ons voedingspatroon hadden ingenomen zonder de oorlog tegen verzadigde vetten. De manier waarop transvetten in ons voeding zijn terechtgekomen vormt daarvan een mooie illustratie:

De voedingsmiddelenindustrie is overgeschakeld op het gebruik van plantaardige oliën, sinds er bezorgdheid ontstaan is over de bovenmatige inname van verzadigde vetzuren en over cholesterol. Plantaardige oliën die aan een hydrogenatieproces onderworpen worden, bieden een alternatief voor smeer- en bakboter. Het probleem is echter dat het hydrogenatieproces de onverzadigde vetzuren gedeeltelijk omzet in transvetzuren.

In het licht van deze vaststellingen is het dan ook merkwaardig te noemen dat de oorlog tegen verzadigde vetten onverdroten verder gaat. Een recent CD&V-wetsvoorstel van senatrices Sabine de Bethune en Cindy Franssen bant welisbaar terecht transvetten uit ons dieet, maar tegelijk voert het ook een verbod in op kokos- en palmolie, omdat deze een hoog gehalte aan verzadigde vetten bevatten. Evenwel staat niet vast dat deze vetten ongezond zijn. Integendeel, van laurinezuur, het hoofdbestanddeel van kokosolie, is geweten dat het belangrijke positieve effecten heeft voor onze gezondheid. Het is dan ook zeer ironisch te noemen dat het Europees Parlement het gebruik van borstvoeding wil aanmoedigen. Zo mag op babyvoeding niet langer een foto van een baby staan, omdat zoiets de indruk wekt dat die voeding gezonder is dan moedermelk. Moedermelk bevat echter grote hoeveelheden verzadigde vetten. Na kokosolie is moedermelk het product met het hoogste gehalte aan laurinezuur. 

Het CD&V-wetsvoorstel komt niet uit de lucht vallen. Het baseert zich immers op een advies van de Hoge Gezondheidsraad. Ook de Hoge Gezondheidsraad blijft echter vasthouden aan de hypothese dat de consumtie van verzadigde vetten leidt tot hart- en vaatziekten, een hypothese waarvan we hebben aangetoond dat ze niet strookt met de feiten. Integendeel, als we een schuldige moeten zoeken zijn het eerder de polyonverzadigde olieën van plantaardige oorsprong - zoals zonnebloemolie - die we zouden moeten aanpakken. Polyonverzadigde vetten zijn immers zeer onstabiel. In combinatie met zuurstof is er sprake van oxidatie waarbij vrije radicalen onstaan. Het zijn deze vrije radicalen die schade toebrengen aan ons hart, onze aders en bloedvaten. Verzadigde vetten daarentegen zijn stabiele vetten en geven geen aanleiding tot oxidatie. David Gillespie vergelijkt verzadigde vetten dan ook met roestvrij staal. En het is dit roestvrij staal dat samen met cholestorol zorgt voor stevige celmembranen waardoor al onze lichaamscellen op een adequate manier beschermd worden tegen schadelijke invloeden. Maar wat zegt de Gezondheidsraad?

Volgens de Hoge Gezondheidsraad worden de transvetzuren best vervangen door oliën of vetten met een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren (enkelvoudige onverzadigde vetzuren zoals in olijfolie, pindaolie, koolzaadolie en meervoudige onverzadigde vetzuren zoals in maïsolie, zonnebloemolie, sojaolie en notenolie).

Het zou intussen duidelijk moeten zijn dat dergelijk advies complete nonsens is. In plaats van transvetten te verbieden, kan men beter opnieuw de voedingsgewoonten van onze grootouders aanleren. Laat de boter maar komen!