Met zulke liberalen, wie heeft er nog socialisten nodig?

Met zulke liberalen, wie heeft er nog socialisten nodig?

di, 01/08/2019 - 11:17
0 comments

Er bestaat geen twijfel meer over: Alexandria Ocasio-Cortez is de "rijzende ster aan het Amerikaanse politieke firmament". Niet zozeer omwille van haar politieke of intellectuele capaciteiten - die nagenoeg onbestaande zijn - maar wel omdat de media blijkbaar niet zonder rijzende sterren kan. Dat ze daarbij een leuk snoetje heeft, zal wellicht ook niet in haar nadeel spelen uiteraard. En dat ze ook nog eens een zelfverklaarde socialiste is, maakt de cirkel helemaal rond.

Allemaal niet zo erg was het niet dat sommige mensen die socialiste serieus beginnen te nemen. En nog erger is dat die mensen uit liberale hoek komen, althans dat beweren ze zelf. Paul Krugman, Andreas Tirez en nu ook de onvermijdelijke Paul De Grauwe gaan akkoord met haar voorstel om het marginale belastingtarief voor rijken te verhogen naar 70%. Eigenlijk is dat nog zwak uitgedrukt: ze zijn er eerder dolenthousiast over.

We zouden er ons snel van af kunnen maken door gewoon ons afgrijzen te uiten voor de obsessie die sommige "liberalen" blijkbaar hebben voor hogere belastingen, maar dat zou te simpel zijn. Deze liberalen zijn immers ongetwijfeld bekommerd om de toenemende ongelijkheid en misschien hebben ze wel gelijk dat daar iets aan moet gedaan worden. Maar dat ze daarbij enkel maar denken aan een verhoging van de belasting op de rijken, in de beste "soak the rich"-traditie van partijen zoals de PVDA is toch wel, nu ja, merkwaardig.

Te meer daar er ernstige problemen zijn met het voorstel.

Zo wijst Phil Magness erop dat is er een verschil tussen het wettelijk tarief en het effectief tarief. Ook al bedroeg het wettelijk marginaal tarief op inkomsten boven de 1 miljoen in 1963 nog 91% (het laatste jaar dat het tarief zo hoog was, onder Kennedy (!) werden de tarieven verlaagd), in de praktijk betaalden - door allerlei uitzonderingen, aftrekmogelijkheden en fiscale constructies - de rijken op dit inkomen slechts gemiddeld 40%. In feite is het zelfs zo dat in de huidige situatie, met een wettelijk hoogste marginaal tarief van ongeveer 37% de Amerikanen die behoren tot de top 1% gemiddeld 36,4% van hun inkomen afstaan aan de overheid, in vergelijking met 42% in de jaren vijftig. Een reden hiervoor is dat de belastinghervorming van Reagan weliswaar het hoogste marginaal tarief fors verlaagde maar tegelijk ook heel wat ontwijkingsmogelijkheden afsloot.

Dus als de V.S. door het hoge marginale tarief gedurende veertig jaar een communistisch regime is geweest, zoals Paul De Grauwe stelt, dan was het toch maar een communistisch regime "in name only". In de praktijk viel dat heel goed mee. Natuurlijk, zullen onze "liberalen " zeggen, we kunnen de tarieven verhogen én de ontwijkingsmogelijkheden volledig afschaffen. Aangenomen dat zoiets überhaubt mogelijk is in een open economie, leert de geschiedenis ons ook dat dergelijk experiment nog nooit succesvol is geweest. Hoge tarieven gaan altijd gepaard met "tax shelters", en zijn dus eigenlijk niet meer dan een facade om de meer prozaïsche werkelijkheid toe te dekken. Amerika is nooit communistisch geweest, en zal het nooit zijn, tot spijt van De Grauwe wellicht.

Gezien deze historische werkelijkheid zijn hoge marginale tarieven dan ook geen goede maatregel om de toenemende ongelijkheid te bestrijden (en overigens is dat verhaal van die extreme ongelijkheid grotendeels een mythe). Maar er is meer aan de hand.

In zijn jongste boek Enlightement Now, wijst Steven Pinker (overigens zelfs een roze liberaal zoals De Grauwe) op verschillende studies die aantonen dat toenemende ongelijkheid in ontwikkelingslanden leiden tot een hoger niveau van tevredenheid en geluk onder de bevolking. De reden hiervoor is simpel: er zijn meer rijken in die landen maar ze zijn rijk geworden omdat ze succes hebben. Dat geeft de rest van de bevolking hoop. Hoop dat ze door hard werken, het nemen van initiatief en risico en door ondernemerschap ook rijk kunnen worden. De toenemende ongelijkheid is dus reden om te denken dat er meer mogelijkheden zijn om zelf ook vooruit te komen. Meer hoop leidt vervolgens tot meer geluk.

Er zijn kortom verschillende catergorieën van rijken en het is gewoon economisch schadelijk is om ze allemaal over één kam te scheren en ze aan hetzelfde hoge tarief te belasten. Dat is ook één van de boodschappen van het boek Ongelijk maar fair van Marc De Vos. Ongelijkheid op zich is niet het probleem beweert hij, zolang ze maar fair is.

We kunnen in feite drie categorieën onderscheiden:

1) zij die rijk zijn omdat ze succes kennen in een markteconomie: door hard werken dus, door producten te maken die mensen willen kopen, door ondernemerschap, door het nemen van risico's, etc...kortom, de Bill Gatessen en Steve Jobssen van deze wereld;
2) zij die rijk worden of zijn omdat ze de meeste en beste overheidsconnecties hebben en daardoor het meest kunnen eten uit de ruif van de staat (en dus van de belastingbetaler); kortom de Elon Musken van deze wereld;
3) zij die rijk zijn gewoon omdat ze geluk hebben: bvb. lottowinnaars.

Als we de derde categorie buiten beschouwing laten, dan zien we direct het verschil. De eerste categorie is rijk geworden op een "faire" manier, de twee categorie op "unfaire" manier. De ongelijkheid die ontstaat als gevolg van de rijken eerste categorie is dan ook rechtvaardig (en wordt ook als rechtvaardig gepercipieerd door de mensen), de tweede is onrechtvaardig. 

Een hoog tarief dat beide categorieën treft, enkel omwille van het loutere feit dat het inkomen "te hoog" is (en overigens wie bepaalt dat een inkomen "te hoog" is?), zonder te kijken naar de oorzaken van dat hoge inkomen, is dan ook onrechtvaardig. Het is simpelweg een belasting op succes en het valt moeilijk in te zien hoe een liberaal, zelfs een sociale liberaal, daar voorstander van kan zijn. 

Is er dan niets dat er gedaan kan worden aan de ongelijkheid? Uiteraard wel. De voor de hand liggende weg voor een liberaal is het bestrijden van de unfaire ongelijkheid, deze dus die het gevolg is van de "corporate welfare state". Het afschaffen dus van de belastingloopholes voor rijken (zoals Reagan dus heeft gedaan nota bene), allerlei subsidies voor ondernemingen en alle andere vormen van overheidsinterventies die vooral de hogere inkomens ten goede komen. Zij die rijk geworden zijn op een onrechtvaardige manier kunnen dus niet langer rijk worden op kosten van de belastingbetaler en zo kan men de tarieven op zij die eerlijk rijk zijn geworden zelfs verlagen. Het is evident dat zoiets de economie alleen maar ten goede kan komen: als mensen merken dat ze niet belast worden gewoon omdat ze succes hebben, is dat een voor de hand liggende stimulans voor meer ondernemerschap.

Maar dan moet men wel los komen van de idee dat elke vorm van ongelijkheid slecht is en het gevolg is van autonome marktprocessen die door de overheid moeten worden gecorrigeerd door hoge tarieven. Loskomen met andere woorden van de socialistische valstrik gespannen door nieuwe rijzende sterren aan het politieke firmament.